Reportage

In de Friesland Post van april besteedden wij aandacht aan de sponsortocht van zeventien Friese fietsers voor het Roemeense dorpje Schitu-Stavnic. Inmiddels is die tocht volbracht. Het vergde uiteindelijk 2863 echte fietskilometers. Twintig dagen na de start op 8 mei kwamen de deelnemers in Schitu-Stavnic aan. Ze werden er door de burgemeester en de 425 inwoners warm onthaald met wijn en brood. Dat had natuurlijk te maken met de grote zak geld die ze kwamen brengen. Daarmee wordt een soort badhuis met medische voorzieningen gebouwd in het straatarme dorp.

 

Straatarm kan in dit geval letterlijk worden opgevat. De lemen weg die door het dorp kronkelt bestaat uit een diep karrenspoor die bij regen vrijwel onbegaanbaar is. Maar op het moment dat de Friese fietsers arriveerden was het mooi zonnig weer. De dag daarvoor was er al een touringcar aangekomen met bestuursleden, sympathisanten en familieleden van de fietsers.
In 1997 werd er in het dorp dankzij de Stichting Roemenië Garyp-Earnewâld al een school neergezet door een lokale aannemer. Op het schoolterrein vonden dan ook de meeste welkomstactiviteiten plaats. De school staat aan het begin van het dorp on vormt een mooie entree, daarachter begint de echte armoede. Toen de fietsers finishten meldde secretaris en fietser Sieds Wobbes dat er inmiddels 70.000 euro op de bankrekening stond. Genoeg is dat niet, want er is ruim 110.000 euro nodig. Toch lijkt het beoogde bedrag gehaald te worden, want er zijn een aantal serieuze toezeggingen gedaan.

Honderden kilometers hobbelen
Alle fietsers haalden de eindstreep. Niemand hield blessures aan de strak georganiseerde tocht over. De deelnemers waren goed getraind en hadden trainingschema's gevolgd onder leiding van Baukje de Jong-Spoor uit Oudega Smallingerland. Zij fietste als enige vrouw in de groep mee en had de leiding over dat 'peloton'. Als fiets- en schaatstrainster had ze bovendien nog technische tips in huis voor diegenen die nog nooit een berg hadden beklommen. Vooral de laatste dagen waren het zwaarst, over de bergketen Karpaten en dan vooral de slechte wegen in Roemenië. Honderden kilometers hobbelen over slecht neergelegde betonblokken. Er ging dan ook heel wat uierzalf doorheen om de pijn voor de geteisterde ledematen van de fietsers iets te verzachten. Wobbes vond het als geoefende fletser een makkelijke tocht, evenals elfsteden-voorzitter Henk Kroes die vorig jaar nog 12.000 kilometer fietste voor een goed doel vanuit Wladiwostok naar Fryslân.
Diegene die het het zwaarst had, was Piet Kapenga, de ondernemer die de tocht sponsorde met prachtige fiets-shirts in de Roemeense driekleur, zelf meefietste en via acties in zijn meubel/keuken/bad-zaken in Buitenpost, Wolvega, Leeuwarden en Groningen ook nog eens 15.000 euro op de rekening voor het badhuis bijschreef. Hij had niet veel tijd gehad om te trainen. Gaandeweg kwam hij al ploeterend in het ritme.

leder voor zich
Het dorp is dus straatarm. Sommige inwoners bezitten helemaal niets. Nu zijn dat ook de minst actieve mensen in dat dorp. Het is maar de vraag in hoeverre zulke individuele gevallen geholpen moeten worden, meent Henk Kroes. 'Die zullen het nooit redden, maar zulke mensen heb je in elke maatschappij. Die zie je hier in Nederland ook. Daarom is het goed om hulp te steken in algemene voorzieningen. Het mooiste is natuurlijk om daar ter plaatse werkgelegenheid te creëren, om met het bij elkaar gehaalde geld daar te investeren en de economie op gang te brengen, ook omdat een euro daar veel meer waard is dan hier.'
Er is namelijk wel geld en kennis in Roemenië, het is alleen niet zo goed verdeeld. Zelfs in een dorp als Schitu-Stavnic helpt niet iedereen elkaar en is het volgens de bestuursleden uit Garyp en Earnewâld ieder voor zich. Buren wilden niet eens stroom afstaan toen er door een lokale aannemer, betaald door de Friezen, een dak op een huis werd gezet. Daarom moest de stroom van een verder weg gelegen plaats worden gehaald. 'Ze wilden gewoon niet meehelpen aan dronkenlappen, aan mensen die niet willen werken,' zegt Piet Ensing uit Oudemirdum, sympathisant en participant van de stichting. 'Het is wel eens triest dat mensen hier weinig voor elkaar doen, het is echt de "survival of the fittest".'

 

Hard werken
Het is in Roemenië overigens niet overal kommer kwel.
Piet Kapenga: 'Het heeft mij onderweg verbaasd hoe mooi dit land is. Er staan prachtige huizen en andere bouwwerken. Het is rijk qua kennis en qua grond. Maar die grond wordt vaak nog primitief bewerkt, er gaat veel met paard en wagen.' In Schitu-Stavnic zitten veel pottenbakkers die onder erbarmelijke omstandigheden, vaak in de woonkamer, werken. Kapenga gaat binnen zijn familiebedrijf overleggen of het mogelijk is potten uit hot dorp in zijn woonboulevards te verkopen. Dit om de Roemenen financieel te steunen, zodat ze hun eigen omstandigheden kunnen verbeteren en daarmee de economie van het dorp en eventueel de omgeving op gang kan komen.

Toekomst voor kinderen
Taeke van der Hoek, voormalig adjunct-directeur van Philips Drachten, uit Augustinusga en één van de fietsers, vindt het een goed idee. 'Het is belangrijk dat de mensen in het dorp zelf geld genereren, dat ze kennis maken met een wereld buiten hun dorp. Op twintig kilometer ligt de stad Iasi (met enkele honderdduizenden inwoners, JV), dat is een mooie afzetmarkt voor hun producten en daar moeten ze toch ook werk kunnen vinden? Het staat of valt met de "mind-set" van de mensen en het is mooi als wij dat proces kunnen ondersteunen. Wij moeten dat niet opleggen, dan werkt het niet.' Kapenga: 'Wat wij doen is maar een druppel op een gloeiende plaat, maar het is belangrijk een toekomst voor de kinderen neer te zetten. Dan gaan ze absoluut anders leven dan hun ouders. Ik hoop dat ze gaan beseffen dat het anders kan, nu ze ons hebben gezien. Ze willen wel graag, dat zag je bij de ontvangst.'

 

Tekst en Foto's: Johan Vogelzang

 

 

FaLang translation system by Faboba